Zon dag!


’s Ochtends fietsen naar school over de dijk met rijp op het gras. Brrr, koud! Snel naar huis, lekker gelanterfanterd… Beetje bloggen, bellen met een lieve vriendin die ik tussendoor veel te lang niet spreek, wat opruimen (niet te veel), bedenken wat we vanavond gaan eten (sla met aardappels, ei, stukjes witlof, tomaat en welke restjes ik nog meer in de koelkast tegenkom erdoor), wat lappen in de wasmachine stoppen. En opeens is de ochtend alweer voorbij. Snelsnel tafel dekken, eten met Leeuwenhart, hem en mezelf de deur uitwerken en racen naar school. Weer langs de rivier, nu met de zon in m’n rug. Bijna te warm.
Lekker treuzelen op school, nog een keertje op de schommel. En nog een keertje dan. Oke, nu echt de laatste keer. En weer naar huis. Roversdochter heeft er ook zin in en fietst jongehondeachtig-hard voor me uit. Ik blijf breed glimlachend wat achter en kijk naar haar voorovergebogen ruggetje en wapperende vlechten. Ze laat zich uitrijden en als ik naast haar ben vraagt ze: Mag ik de sleutel, mam? Dan fiets ik vast vooruit!
(Niet helemaal realistisch, want we moeten nog 10 minuten fietsen, onder andere langs een mega-groot kruispunt. Maar zij vind zichzelf allang groot genoeg!!)
Thuis eet ze nog 4 boterhammen (nadat ze er al 2 op school heeft gegeten…) terwijl ik mijn lappen uit de machine haal en buiten aan de droogmolen hang. In de zon en de wind wapperen ze als de zomer. Volgegeten huppelt Roversdochter zingend naar buiten en ontdekt meteen het doolhof-huisje tussen de lappen.
Als ik nog wat in het wilde weg in de tuin wat planten en struiken sta te knippen, komt Leeuwenhart thuis met een vriendje. Snel wat eten en drinken en weer naar buiten. -We hoeven geen jassen aan, want we gaan toch rennen- Later, bij het avondeten, giechelt ‘ie waarom dat zo: We gingen aanbellen en als er werd opengedaan zeiden we: Hallo. Ik ben Jan-de-Brandweerman. Zie eens hoe ik rennen kan! En dan renden we zo hard we konden weg….
Ik snap het, want ik ging vroeger met vriendjes in winkels vragen of ze ook hartedileek (of wat we dan ook het grappigste vonden klinken op die dag) hadden. En als dan met een zucht (daarhebjezeweer) werd gezegd dat ze dat niet kenden, dan duwden we elkaar naar buiten om op de stoep te kronkelen van de lach…. Met het gevoel dat we iets heel stouts deden, maar we deden het lekker toch!
Ondertussen zit Roversdochter met vriendinnetje-van-de-overkant te babbelen in de lappentent onder de droogmolen met d’r knuffel, pennen, boekjes, paraplu en portemonnee. En ik maak de sla.
En ik hoef maar 1 keer te dreigen met spullen weggooien alsjenuNUnietmeteengaanopruimen, voordat we aan tafel gaan.
WAT een heerlijke dag!




Wat ik met het garen (ja naaimachinegaren, Maureen!) gehaakt heb, is nogal ongelijk, dus mooi plat wordt het niet. Maar niet getreurd, ik maak er bloemetjes van, die met een kraaltje eronder aan een lijntje genaaid toch een vlaggetje vormen.






Maureen van 

Ik ben aan het haken geslagen. Met in het vooruitzicht twee verjaardagen (mei en juni pas, dus ik heb nog even) ga ik nu eens mooie slingers maken. En het is een heerlijk werkje. Roversdochter is ziek thuis, dus veel anders kan ik ook niet.
Samen op de bank. Wat heb ik in gedachten?
Toen ik het poppenbedje liet zien dat ik gemaakt had, kwam de vraag hoe ik dat gemaakt had. Ik kan het moeilijk in woorden beschrijven, vandaar dat ik me vanmiddag even lekker heb uitgesloofd in illustrator.

Dit is waar ik de laatste dagen mee bezig ben geweest. Het is de verassing voor 

Vanmiddag, terwijl we pannenkoeken aan het eten waren, werd er een pakketje gebracht. Het abc-boek dat 




Nou, ik ben druk geweest! Mijn Roversdochter gaat deze week alle ochtenden naar school. Dus dan hoef ik niet meer na twee ochtenden om te schakelen naar rondscharrelen op kleuter tempo en dan na die dag weer omschakelen naar mijn dingen. Dat doe ik namelijk niet zo makkelijk, schakelen. (Daarom is het ook maar goed dat ik niet auto rij..!) Ik ben altijd veel tijd kwijt met me verzetten of wennen aan de nieuwe situatie. Als de alleen-uurtjes zijn begonnen loop ik een beetje met m’n ziel onder m’n arm door het huis te miezen. En ik wacht tot ik weer wat ga doen. Na een tijdje schiet me opeens te binnen waar ik ook alweer mee bezig was. Maar dat duurt dus even. Als er minder dan een etmaal tussenzit en dan liefst nog met vaste regelmaat, dan blijf ik wel in m’n stroom, maar een hele dag is teveel.